De rechtszaak

De rechtszaak

Interessant hoor, zo’n rechtszaak.

Je hebt toch het idee dat je in een toestand van zuiverheid terecht zult komen. Het is RECHTspraak, dus daar zal toch alles kloppen, alles duidelijk zijn, zuiver, eerlijk en op feiten gebaseerd.

Nou nee hoor, we kunnen nog wel een upgrade gebruiken daarin 🙂

Hoe zat het ook alweer? In mijn vorige blog schreef ik hoe deze rechtszaak begon met onze weigering de schoolarts te bezoeken met onze zoon. En dat we daardoor in een proces verbaal terechtkwamen.
Als er een proces verbaal is geweest, volgt er (meestal) ook een rechtszaak. We hebben nog geprobeerd een gesprek met de officier van justitie te krijgen om de zaak te laten seponeren, maar de officier van justitie wilde dat niet.

Dus op 22 juni was de rechtszitting.
En dan is het toch gek dat je he-le-maal geen informatie krijgt over hoe dat dan gaat. Je moet alles zelf maar uitzoeken. Alsof je er dagelijks komt! Bij kantonzaken is het niet verplicht dat je een advocaat hebt (die we inderdaad niet hadden), dus dan vind ik dat je bij de dagvaarding een duidelijke uitleg moet krijgen over hoe alles verloopt vanaf het moment dat je de deur van de rechtbank binnengaat, tot en met het moment dat je die deur weer uitloopt.
Dus even vermelden van het detectiepoortje, de melding bij de balie, de wachtkamer, hoe je weet wanneer je aan de beurt bent en waar je heen moet, wie waar zit in de rechtszaal, wat daar in welke volgorde gebeurt, wanneer je wie op welke manier aanspreekt, tot wie je je moet richten, dat je op moet staan voor de rechter en wanneer dan, wat er precies van jou verwacht wordt, wat je mag zeggen en wanneer. Dat soort dingen. En wat gebeurt er na de rechtszitting? Waar komt het vonnis terecht, wie krijgen dat allemaal te zien? En krijg je het zelf nog op papier? Ook handig om te weten.

Dat je dit allemaal NIET weet, draagt bij aan een bepaalde spanning. En die is er al genoeg, dus die wil je er niet bij hebben. En het brengt ook een disbalans met zich mee, want de ‘anderen’ in de rechtszaal, de professionals, zijn in het voordeel, want die weten wél hoe het allemaal gaat en werkt. Hier wordt het recht dus al een beetje krom.

Maar ik had me goed voorbereid.
Regels en wetten gelezen.
Leerlingdossier opgevraagd bij school.
Gemaild, gebeld en gesproken met diverse personen van school, de leerplichtambtenaar, de Raad voor de Kinderbescherming, het Juridisch Loket, het Openbaar Ministerie en de griffie.
Notities gemaakt van alle gesprekken (ja, ik wel 🙂 )
En het rechtbankdossier opgevraagd.

Nou, dat was weer even schrikken, die laatste.
De leerplichtambtenaar had echt belabberd werk afgeleverd. Ze had stukken uit het leerlingdossier van school gehaald, geknipt, geplakt, wat conclusies erbij bedacht, niets geverifieerd en klaar was het. Het resultaat was een verslag dat niet klopte en dat onvolledig was – onze kant van het verhaal miste.
Om de zaak echt voor de rechter te krijgen moest er ook nog een aanvullend proces verbaal komen, waarin duidelijk werd gemaakt waarop de vermoedens waren gebaseerd dat er niet daadwerkelijk sprake was van ziekte. Huh? Vermoedens dat er niet daadwerkelijk sprake was van ziekte? Daar was met ons nooit over gesproken! Niet door school en niet door de leerplichtambtenaar. En nu stond het zomaar in het proces verbaal! En waar waren die vermoedens dan op gebaseerd? Nou, volgens de leerplichtambtenaar ging het om redelijk vage klachten en blijkbaar gaf dat grond om te vermoeden dat er niet daadwerkelijk sprake was van ziekte. Niet dat iemand het er ooit met ons over gehad had, maar dit MOEST de leerplichtambtenaar wel zeggen, andere redenen voor die vermoedens waren namelijk nog minder kloppend. Dit was het enige dat ze ervan kon maken, anders had ze helemáál geen grond om de zaak voor de rechter te brengen. Dus wat doe je dan? Dan verzin je iets! Dan pak je gewoon de mailwisseling tussen ouders en mentor van de school erbij (kan dat zomaar???) en dan zeg je dat buikpijn, misselijkheid en last van de longen (korte omschrijvingen om de mentor even snel op de hoogte te brengen) redelijk vage klachten zijn.
Ook de verklaring van school klopte totaal niet. Er stonden dingen in die gewoon niet waar waren, zoals een toetsachterstand die Mick zou hebben. Of gesprekken die er geweest zouden zijn. En er stonden dingen in die helemaal niets met het ziekteverzuim te maken hadden, zoals een observatie en een gesprek met een psycholoog. Die waren er namelijk alléén om erachter te komen of Mick extra tijd nodig had voor zijn toetsen en later tentamens en examens, omdat hij zijn toetsen bijna nooit af had, maar meestal wel de stof beheerste (en ja, dat bleek hij inderdaad nodig te hebben en daar heeft hij dan ook een officiële verklaring voor gekregen, na onderzoek).

Dus de verklaring van school rammelde aan alle kanten, de leerplichtambtenaar had geen degelijk onderzoek gedaan en ze had het verslag in elkaar geknutseld en deels verzonnen.
Het recht was nog krommer geworden.

Op 22 juni was het dus zover.
Bij de ingang van de rechtszaal stelde een vrouw zich aan ons voor. Ze bleek van de Raad voor de Kinderbescherming te zijn. Verrassing! Ze haastte zich te zeggen dat het standaard was dat de Raad voor de Kinderbescherming bij dit soort zaken aanwezig was.

Eenmaal in de zaal werden we naar onze zitplaatsen gewezen die zich bevonden in een rij tafels die aan elkaar stonden en een microfoon hadden. Helemaal links zat de vrouw van de Raad voor de Kinderbescherming, daar rechts naast de leerplichtambtenaar, daarnaast de leerplichtambtenaar die het proces verbaal afgenomen had, daarnaast moest Mick zitten en naast Mick kwam ik. Sander (Mick’s vader 🙂 ) moest in de rij achter ons zitten. Tegenover ons op een verhoogd vlak zaten, ook aan tafels met microfoon, helemaal links de officier van justitie, in het midden de rechter en helemaal rechts de griffier. Achter de rij waar Sander zat was een glazen wand, met daarachter 2 of 3 rijen stoelen voor publiek. In dit geval leeg, omdat het een zaak met een minderjarige betrof.

De rechter begon met vragen aan Mick en aan mij, de leerplichtambtenaren deden hun zegje en de officier van justitie ook. Vervolgens las ik mijn betoog voor. Deze bestond voornamelijk uit het beschrijven van de hele gang van zaken, met alle fouten die daarin gemaakt waren. En uit de regels en wetten waaruit, volgens mij, de onjuistheid van deze zaak bleek. Tijdens dit betoog begon de rechter het handelen van de leerplichtambtenaar nog te verdedigen ook! Dit was toen ik het had over het knip- en plakwerk vanuit het leerlingdossier. “Ze kon het niet anders doen” ofzo. Onbegrijpelijk.

Nadat iedereen had gesproken (waarbij ik weer een paar keer bijna van mijn stoel rolde van verbazing omdat de leerplichtambtenaar het had over dingen die ze helemaal niet onderzocht had of waar ze zelfs helemaal niet over gesproken had met ons) en de vragen van de rechter beantwoord, was de officier van justitie aan de beurt met haar eis. Ze begon met vertellen dat iedereen toch écht het belang van het kind voor ogen had.  Eh?? En dan onderzoek je niks, maak je slordige fouten, zoek je mensen niet persoonlijk op, vertel je onwaarheden en …. en ….?? Ik wil er nog best van uitgaan dat iedereen de intentie heeft om in het belang van het kind te werken. Maar alleen een intentie is niet genoeg. Al je handelen, denken en communiceren zullen daar op gericht moeten zijn. En dat was bij bijna alle personen die een rol gespeeld hebben in deze zaak meestal niet het geval. Wel speelden ego, gelijk willen hebben, denken het beter te weten dan een ander en angst een grote rol. En soms ook pure onkunde, achteloosheid en automatisme. Het was overduidelijk dat het protocol het uitgangspunt was, niet het kind en niet de situatie. Bijna iedereen had vooral dit protocol voor ogen en was daardoor blind voor de eigenlijke situatie en doof voor wat wij te zeggen hadden. Ook verlamde dat het handelen: er werd nergens degelijk onderzoek naar gedaan.
Verder waren wij volgens de officier van justitie boos en maakten wij het persoonlijk. Daar sloeg ze de plank behoorlijk mis. In het hele proces hebben wij steeds netjes aangegeven waar het niet klopte, maar we werden gewoon steeds niet gehoord. Dus verbaasd? Ja. Verontwaardigd? Ja, soms. Maar boos? En het persoonlijk maken? Nou nee. Deze officier van justitie had er weinig van begrepen. Wij gaan gewoon niet mee in zaken die niet kloppen en wat er niet klopt willen we onder de aandacht van de betrokkenen en de samenleving brengen. Zodat we het SAMEN ten goede kunnen veranderen.
Vervolgens sloeg ze de plank zo mogelijk nóg meer mis: ze zei dat het toch écht zo was (en dit was al eerder gezegd door de leerplichtambtenaar bij het proces verbaal) dat OUDERS NIET KUNNEN VASTSTELLEN DAT HUN KIND ZIEK IS.
HOE is het in vredesnaam mogelijk dat deze MENING, deze lachwekkende uitspraak, in de RECHTSGANG gebruikt wordt?? Een hele bevolkingsgroep wordt hier even in 1 zin incompetent verklaard. Het laat wel bijzonder goed zien hoe er over ouders gedacht wordt door de mensen in de rechtsgang en andere instanties.
Verder had ze het over het gevaar van schooluitval en vervallen in de criminaliteit en dat dat vaak begon met veel ziekmeldingen. (Volgens mij leren ze dit ergens, want ik ben deze uitspraak al meerdere keren tegengekomen bij verschillende mensen. Staat zeker in een protocol 🙂 ) Ook hier dus weer een standaardisering waar juist naar de specifieke situatie gekeken moet worden. Je kunt niet iedereen over één kam scheren. Dat vinden heel veel mensen maar moeilijk te begrijpen. Maar ík vind het juist moeilijk te begrijpen dat mensen in juist déze functies, leerplichtambtenaren, schoolpersoneel, officier van justitie en rechter, functies waarbij je met ménsen bezig bent, met elke keer weer unieke situaties, dat je er dan een  standaardprocedure op los wilt laten IN PLAATS VAN te onderzoeken hoe deze unieke situatie precies in elkaar zit. Mensen zijn geen lopende band producten! De onwil (of onkunde?) van veel van deze mensen vind ik echt onbegrijpelijk.

In ieder geval. De eis van de officier van justitie was de volgende: voor Mick: schuldig zonder strafoplegging. Voor (Sander en) mij: schuldig met een voorwaardelijke boete van €500,- met een looptijd van 2 jaar, als wij weer zouden weigeren naar de schoolarts te gaan als daar om gevraagd wordt.

De rechter vroeg ons wat we van deze eis vonden. Ze vroeg dat eerst aan Mick, maar deed dat in zulke officiële termen, dat Mick niet wist wat er nu eigenlijk precies gevraagd werd. Toen Sander Mick dat ging uitleggen, werd hem duidelijk gemaakt dat hij zich er niet in mocht mengen. Maar Sander zei dat hij dacht dat Mick de vraag niet begreep, waarop de rechter geërgerd zei: “Nu is hij van zijn verhaal af en ik ook!” Dus ik opperde dat de vraag misschien opnieuw gesteld moest worden. “Nee hoor, ik ga de vraag niet opnieuw stellen”, zei de rechter pinnig. Even voor de duidelijkheid: dit was een kinderrechter. Je zou toch denken dat zo iemand vragen aan kinderen/jongeren wel in Jip en Janneke taal stelt en niet met ingewikkelde woorden? Niet dus. Maar ze stelde de vraag toch maar opnieuw 🙂
Mick was het niet eens met de eis. Hij verwoordde dat zo: dat hij genoeg vrienden op school had en dat zijn cijfers verder wel goed waren en dat hij gewoon over ging. En dat hij in principe ook genezen was nu en dat er dus geen problemen meer waren daarmee.
Vervolgens vroeg de rechter aan mij wat ik van de eis vond. Ik vond het absurd. En dat heb ik ook gezegd. Ik zei tegen de officier van justitie ( waarop de rechter zei dat ik de rechter moest aanspreken, niet de officier van justitie….) dat ik niet begreep hoe je tot zo’n eis komt als je net het hele verhaal hebt aangehoord van alle fouten die gemaakt waren, van het totale gebrek aan degelijk onderzoek en hoe nooit ook maar ergens zorgen over waren aangegeven, tot zelfs in het leerlingdossier aan toe. Hoe er van niets, iets GEMAAKT was. Dat als je op zo’n manier te werk gaat (bij veel ziekmeldingen zonder verdere zorgen een consult bij de schoolarts eisen), je iedere leerling wel standaard kunt gaan onderzoeken en controleren. Want gaan ze wel op tijd naar bed? Gamen ze niet te lang? Worden ze wel genoeg voorgelezen thuis? Al die dingen hebben óók invloed op de oh zo belangrijke schoolprestaties, dus dan kun je dat maar het beste allemaal gaan controleren als je zo redeneert als de officier van justitie doet. Ik vind het verregaande bemoeienis van de staat (en van scholen).

De rechter trok zich vervolgens terug om zich te beraden. Dit duurde zo’n 20 minuten.

Toen ze terug was, begon ze met Mick. Hij werd vrijgesproken.
Toen ik. Ze begon met zeggen dat zij vond (Wát? De rechter vindt? Een rechter moet niet iets vínden, ze moet zich op de wétgeving baseren!) dat een school ook een bezoek aan de schoolarts of een verklaring van een onafhankelijke arts mag eisen als er alléén veel ziekmeldingen zijn zonder verdere zorgen. Op dit punt begon ik te denken: “Hoe moet je in hoger beroep gaan? Moet je dat direct zeggen? Kan het later? Hoe gaat dat?” Want de rechter zat hier helemaal fout. In de regelgeving staat namelijk juist dat dat NIET zomaar mag: “Problemen ontstaan pas als veelvuldig ziekmeldingen gedaan worden, waarbij twijfel ontstaat over de verklaring van het ziek zijn.” En: “Slechts onder omstandigheden kan (bij ziektemeldingen) ongeoorloofd schoolverzuim worden aangenomen. ” Zó staat het in de wet en regelgeving.
Maar de rechter ging verder. Ze zei dat er erg veel ruis op de communicatie had gezeten en dat er bij een zaak goede dossiervorming moet zijn. En dat dat hier niet het geval was. Er was volgens haar dan ook gebrek aan bewijs en ook ik werd vrijgesproken.
Eigenlijk is dit vreemd. Als de rechter er echt vanuit zou gaan dat alleen veelvuldige ziekmeldingen genoeg zouden zijn om een bezoek aan de schoolarts te eisen, dan zou ze in ieder geval ons, de ouders,  zonder pardon schuldig kunnen verklaren, want die ziekmeldingen waren nu net het enige dat wel duidelijk was: die waren er. Maar wij vermoeden, ook omdat het dus anders in de wet staat dan zij zegt, dat ook de rechter er op deze manier voor wil zorgen dat ouders niet massaal gaan weigeren als een bezoek aan de schoolarts geëist wordt. Maar laat dat nou net niet de taak van een rechter zijn. Wat ik al zei, de rechtsgang is niet zo zuiver als je zou denken.

Maar wij waren, na maanden, eindelijk verlost van al het gedoe.

De leerplichtambtenaren gaven ons een hand. “Tot ziens” kon er nog net vanaf. Maar geen felicitaties. (Dacht altijd dat dat erbij hoorde 🙂 )

’s Avonds en de volgende ochtend volgde nog media-aandacht en daarna kwam de rust terug.

We hebben nog wel een gesprek met school gehad daarna. (Tot op heden nog geen uitnodiging van de leerplichtambtenaren.) En ik moet zeggen: de directeur is heel goed bezig geweest. Hij is met de betrokken personeelsleden het hele verloop van de zaak nagelopen. Ze hebben ingezien en erkend waar het fout is gegaan en ze zijn bezig te kijken waar en hoe er verbeteringen tot stand kunnen komen. Kijk, dat vind ik mooi. Iemand die verder durft te kijken en handelen dan wat ‘het systeem’ aangeeft en niet bang is voor de zogenaamde gevolgen als je de dingen menselijk bekijkt in plaats van economisch. Ik hoop dat er meer zijn die zijn voorbeeld volgen (Leerplichtambtenaren? Andere directeuren? Beleidsmakers? Docenten?).

En zo is het resultaat toch uiteindelijk wat wij voor ogen hadden: dat er een beetje verandering komt in de manier waarop we met elkaar omgaan. En hopelijk het besef dat je niet ‘het protocol’ als uitgangspunt moet nemen, maar dat je goed kijkt: wat is het probleem (IS er überhaupt een probleem?) en hoe kunnen we daar SAMEN wat aan doen? Met partijen die open staan voor wat de ander te zeggen heeft en die écht naar elkaar luisteren. Zonder dwang, maar met samenwerking op een gelijkwaardige manier.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *